Co-creatie metafoor

Co-creatiemetafoor

In de co-creatiemetafoor is participatie niet minder belangrijk dan in de participatiemetafoor, al is het doel het ontwikkelen van nieuwe kennis in plaats van het gezamenlijk assimileren van bestaande kennis. Het gaat hier dus om leren door het creëren van kennis (Paavola et al., 2004) door het samen oplossen van zgn. ‘wicked problems’. Dit zijn complexe problemen waarbij gezamenlijke creativiteit nodig is en geen directe oplossing te zien is.

De co-creatiemetafoor zou  als opvolger van de participatiemetafoor ingezet kunnen worden en heeft als doel vooral complexe vaardigheden zoals 21st century skills en andere competenties bij de lerenden te ontwikkelen. Dit gebeurt aan de hand van beroepsinhoudelijke thema’s, maar dit is niet direct hetgeen waar het leren op gericht is. Belangrijk in deze metafoor is het begrip ‘common grounding’. De ‘common ground’ van een groep omvat alle kennis, overtuigingen, veronderstellingen en attitudes die de deelnemers aan een conversatie ieder afzonderlijk in hun hoofd hebben opgeslagen en waarvan zij aannemen dat zij deze delen met de partners in het gesprek. (Nadere toelichting van het begrip in het blog Common grounding: begrijpen en begrepen worden)

Geschikte leeractiviteiten voor deze metafoor zijn gericht op samenwerking zoals bij de participatiemetafoor, maar het belangrijkste verschil is dat de groepsopdrachten kunnen leiden tot verschillende oplossingen die allen zijn toegestaan, zoals ook bij challenge-based learning.

Een voorbeeld

klik op de afbeelding om deze te vergroten

In bovenstaande afbeelding wordt in de exemplarische module het ‘wicked problem’ van de afhandeling van milieuproblemen bij DSM getoond zoals dit zich een aantal jaar geleden voordeed. DSM werd geconfronteerd met ontevreden en bange omwonenden. DSM wilde hen graag informeren om onrust en klachten weg te nemen en met hen in gesprek om te ervaren welke zorgen er precies leefde, zodat zij eventueel bedrijfsprocessen konden aanpassen. Zij hadden echter geen idee op welke manier dit doel te bereiken.

Dit is een voorbeeld van een probleem dat als start voor het projectonderwijs in deze co-creatiemetafoor kan worden gebruikt. Ook in deze metafoor wordt in groepen samengewerkt, maar er is een sterke link met de praktijk. Vanuit de studenten en hun peers worden voorstellen voor ‘wicked’ praktijkproblemen aangereikt vanuit de beroepspraktijk van de studenten. Deze worden ter goedkeuring voorgelegd aan de docent, waarop deze op basis van het probleem een passende evt. multidisciplinaire groep samenstelt van studenten die dit probleem gaan oplossen. Dit kunnen groepen studenten zijn, maar ook een groep die geformeerd wordt rondom een student en aangevuld wordt met betrokkenen uit het werkveld of de werkplek van de student.

Vervolgens is het van belang dat de groep de gelegenheid krijgt voor ‘common grounding’. Dit proces is met name bij projectonderwijs belangrijk aangezien het voorwaardelijk is voor een effectieve samenwerking. Het verhelderen of exploreren van het geschetste probleem in een gezamenlijke sessie is een manier om aan ‘common grounding’ te werken. Wanneer de studenten elkaar goed genoeg hebben begrepen, zodat zij ervan overtuigd zijn dat het op handen zijnde probleem door de groep kan worden opgelost, is aan het zogenaamde ‘grounding-criterium’ voldaan en mag worden geconcludeerd dat men ‘begrijpt en begrepen wordt’. Pas dan kan aan de eigenlijk oplossing van het probleem worden begonnen.

Na deze probleemverheldering zal de groep gelijktijdig verschillende activiteiten ontplooien om te komen tot een goede probleemdefinitie; het verzamelen van informatie vanuit literatuur of experts raadplegen is hierbij een optie. Daarnaast zal werkveldonderzoek kunnen bijdragen aan probleemdefiniëring en zijn er ook allerlei creatieve technieken, zoals brainstormen, mindmapping, of Fast Forward, die de groep kan inzetten om tot een probleemdefinitie te komen. Op informatiepagina Creativiteitstechnieken zijn voorbeelden van verschillende creativiteitstechnieken verzameld.

De probleemdefinitie zal vervolgens door de probleemeigenaar (=werkveld) moeten worden geaccordeerd om door te kunnen naar de probleemoplossingsfase. Wordt de probleemdefinitie niet door het werkveld herkend, dan zal de groep opnieuw moeten werken aan probleemdefiniëring (zie loop). Ook bij het werken aan de probleemoplossing worden activiteiten zoals werkveldonderzoek, creatieve technieken en informatie verzamelen bij docenten of experts, ontplooit. Het inzetten van experts kan geheel worden overgelaten aan de groep, of de docent kan hier al experts voor inplannen. Wanneer de probleemoplossing is afgerond, wordt deze ter feedback voorgelegd aan zowel het werkveld als de docent en kan deze als bewijslast worden opgenomen in het portfolio.

Bronnen

Paavola, S., Lipponen, L., & Hakkarainen, K. (2004). Models of innovative knowledge communities and three metaphors of learning. Review of Educational Research, 74(4), 557–576. 

Hulpmiddelen bij Co-creatiemetafoor

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.