Toets wijzer (samenvatting advies Onderwijsraad)

1 februari 2019

In december 2018 bracht de Onderwijsraad het advies Toets wijzer: Naar een eigen(tijdse) wijze van toetsen en examineren uit.

Onderstaande tekst is een persoonlijke samenvatting van Daniëlle Quadakkers, consultant Onderwijs bij Dienst O&O van Fontys en toetsdeskundige Fontys Sporthogeschool,. Ze focust hierin op de rol van toetsing en examinering het hbo. Op de website van de Onderwijsraad is zowel een samenvatting als de gehele publicatie te lezen en te downladen.

De tekst is met toestemming overgenomen van het blog van Daniëlle Quadakkers. Lees hier de oorspronkelijke en volledige tekst van haar blog.

De Onderwijsraad is het wettelijk adviesorgaan van regering en parlement en adviseert zowel ongevraagd als gevraagd over beleid en wetgeving op een zeer breed onderwijsterrein (denk aan voorschoolse educatie, primair onderwijs, hoger beroepsonderwijs maar ook een leven lang leren. De aanleiding van de publicatie ‘Toets wijzer’ was het toenemend debat en de discussie rondom toetsing. De vraag waarop ‘Toets wijzer ‘een antwoord probeert te geven is: ‘hoe kan het gebruik van toetsing en examinering in het onderwijs worden verbeterd?

De Onderwijsraad definieert toetsing als ‘het gericht verzamelen, interpreteren en gebruiken van informatie over kennis, vaardigheden of houding van een leerling of student, aan de hand van een of meerdere opdrachten’. Van afsluitende toetsing of eindtoetsing is sprake ‘wanneer aan het eind van de opleiding prestaties worden vastgesteld’. Van examinering is sprake als ‘op basis van toets- of tentamenprestaties een certificaat of diploma wordt toegekend met civiel effect’.

Toetsing moet, gezien het belang dat eraan gehecht wordt, voldoen aan hoge verwachtingen en zeker in het hbo is de laatste jaren de aandacht voor de kwaliteit van toetsing toegenomen.

De hoofdboodschap van de Onderwijsraad is dat er meer toegewerkt moet worden naar een evenwichtigere toetspraktijk. Er is sprake van:

  1. Te weinig ruimte voor formatieve toetsing.
  2. Te weinig inzet van kwalitatieve toetsmethodes.
  3. Te veel nadruk op centraal ontwikkelde toetsing en examinering waardoor in de onderwijsinstellingen zelf te weinig eigenaarschap wordt ervaren en te weinig deskundigheid aanwezig is. Deze constatering is iets minder relevant voor het hbo omdat de (eind)toetsing voornamelijk decentraal plaatsvindt waarbij de kaders van de Dublin-descriptoren van de betreffende opleiding het kader vormen. Die profilering vindt de Onderwijsraad prima maar men waarschuwt wel voor teveel niveauverschil tussen ‘zuster’opleidingen. Men raadt dan ook aan dat er meer samengewerkt zou moeten worden of dat opleidingen gezamenlijke examenprofielen opstellen.

In vergelijking met andere onderwijssectoren kent het hbo relatief veel losse modules of vakken. Dat legt volgens de Onderwijsraad een grote druk op beslissende, dus summatieve, toetsen (omdat al die losse onderwijseenheden ook getoetst moeten worden). Daarnaast wordt veel gebruik gemaakt van kwantitatieve toetsing, zoals meerkeuzetoetsen, vanwege grote studentenaantallen maar ook vanwege de transparantie. Maar niet alleen studenten ervaren toetsdruk in het hbo, ook docenten ervaren druk omdat ze de toetsen in veel gevallen zelf moeten ontwerpen én beoordelen. Daarbij dienen ze dan ook nog eens rekening te houden met aangescherpte kwaliteitseisen. Ook evaluaties van studenten, een opleidingscommissie of examencommissie spelen hierbij een rol. De Onderwijsraad concludeert verder dat opleidingen ‘worstelen’ met het toewerken naar afsluitende examenonderdelen waarin de eindtermen van een opleiding geïntegreerd worden. En worden in die afsluitende onderdelen ook daadwerkelijk alle eindtermen getoetst?

Daarnaast wordt voor het hbo nog de rol van de examencommissie speciaal benoemd. Als onafhankelijk orgaan borgt zij het kwaliteitsniveau van toetsing en beoordeling gedurende de gehele opleiding, met als hoofddoel het borgen van de kwaliteit van het eindniveau van de opleiding. Toch zou de rol van de examencommissie nog verder versterkt kunnen worden, vooral op het gebied van rolvastheid. De Onderwijsraad gaat specifiek in op de verschillen tussen bijvoorbeeld een examencommissie en een opleidingscommissie waarbij de examencommissie vooral belast is met met de borging van de kwaliteit en een opleidingscommissie alleen adviseert.

De Onderwijsraad benadrukt verder dat de toetspraktijk gebaseerd moet zijn op een heldere visie want die is de start van een consistent toetsbeleid. Een toetsbeleid, dat vanuit losse toetsitems bekeken kan worden, maar ook als losse toets of als programma van toetsen.

Daarnaast adviseert de raad dat de toetsing in lijn moet zijn met de onderwijsdoelen, de onderwijsinhoud en de onderwijsmiddelen. Bepaal vooraf wat de beoogde leeropbrengsten zijn en daarbij je onderwijsactiviteiten (je lessen) en de evaluatiemethodes (de toetsing) op af.

Als laatste adviseert de raad om de toetsdeskundigheid te vergroten door hier bijvoorbeeld nog meer aandacht aan te besteden in professionaliseringstrajecten. Ze geeft hierbij duidelijk aan dat een docent niet alleen kennis moet hebben van het maken een toets (geheel van items en scoringsvoorschrift) en de daarbij horende kwaliteitscriteria maar dat een docent ook kennis moet hebben van het gehele toetsprogramma en de organisatie eromheen. De BKE en SKE trajecten in het hbo worden als zeer positief ervaren en als best practice opgevoerd voor andere onderwijssectoren.

Wat zouden op basis van deze adviezen praktische implicaties kunnen of moeten zijn voor het hbo?

  • Gezien de belangstelling voor formatief toetsen of beter gezegd formatief evalueren zou daar in het hbo nog meer aandacht voor mogen zijn. Zie ook de blogposts van Dominique Sluijsmans die naar aanleiding van het bezoek van Dylan Wiliam in september 2018 zijn belangrijkste lessen op het gebied van formatief evalueren samenvat.
  • Bekijk eens wat vaker het geheel van toetsen in plaats van losse toetsen. Zie bijvoorbeeld deze informatie over programmatisch toetsen.
  • Wat Daniëlle nog mist bij het visiestuk is dat de visie op leren, je onderwijvisie altijd het startpunt is. Die is in eerste instantie bepalend voor je onderwijs. Overigens komt het belang van hebben van een onderwijsvisie wel terug in andere stukken van het advies.
  • En hoe vanzelfsprekendheid het ook klinkt om toetsing in lijn te brengen met leeractiviteiten (het onderwijs) en de leerdoelen, het blijft een aandachtspunt. Zie ook dit blog over Constructive Alignement als je daar meer over wil weten.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.