Multimedia principes -deel 1-

20 september 2017

Het ontwerpen en inrichten van een cursus in een digitale leeromgeving, zoals Moodle, lijkt helder. Tekst schrijven, een paar plaatjes erbij, een video… en klaar. Wil online leren succesvol zijn, moet je rekening houden met een aantal principes. In dit blog staat de cognitieve theorie van multimedia leren van Richard Mayer (Clark & Mayer, 2011) centraal die je helpt om een cursus online vorm te geven.


De theorie van Mayer berust op drie belangrijke cognitieve processen:

  1. Er zijn twee kanalen, visueel en auditief, die informatie verwerken.
  2. Elk kanaal kent een limiet aan het verwerken van informatie.
  3. Leren is een actief proces.

Het eerste proces, namelijk het verwerken van informatie via de ogen en de oren, is beter bekend als de dual-coding theorie (Paivio, 1991). Deze maakt onderscheid tussen twee kanalen, die onafhankelijk van elkaar informatie verwerken (Figuur 1).

Cognitive theory of multimedia learning

Figuur 1 Dual Coding Theory. Herdruk van E-Learning and the Science of Instruction (p. 36), door R.C. Clark en R.E. Mayer, 2016, San Francisco, CA: Wiley. Copyright 2016 door Wiley.

Prikkels van geschreven woorden en plaatsjes verloopt via de ogen en gesproken tekst via de oren. Nadat de zintuigen deze prikkels hebben opgevangen, volgt een selectie daarvan in het werkgeheugen. Deze selectie hangt onder meer af van de mate van aandacht, interesse en mate van belangrijkheid. Hierna volgt verwerking in het werkgeheugen. Zowel de woorden als de afbeeldingen worden georganiseerd en krijgen betekenis. Het werkgeheugen kent een beperkte capaciteit, in het algemeen 7 eenheden (plus of minus 2). De uitdaging is om te voorkomen dat het werkgeheugen overbelast raakt, bekend als cognitive load theory (Sweller, 2010). Tot slot volgt integratie van zowel de verwerkte woorden en afbeeldingen met voorkennis (opgeslagen in het langetermijngeheugen).

Op basis van deze drie theorieën, hebben Clark en Mayer twaalf principes beschreven voor online leren. Elk principe baseren zij op wetenschappelijk onderzoek. In dit blog staan er twee 2 centraal: Multimedia Principle en Spatial Contiguity Principle.

Het multimedia principe: gebruik woorden én afbeeldingen

Het is raadzaam om in een online cursus zowel woorden als afbeeldingen te gebruiken, in plaats van woorden alleen. Dit kan zowel geschreven als gesproken tekst zijn. Afbeeldingen zijn zowel tekeningen, foto’s maar ook animatie en video. Niet alle afbeeldingen ondersteunen leren, het is belangrijk een afbeelding te kiezen die hoort bij de woorden. De afbeelding rechts bijvoorbeeld (Figuur 2) toont geschreven woorden, en is daarmee ondersteunend, terwijl de afbeelding links (Figuur 3) niets te maken heeft met de tekst die je nu leest. In dit geval leidt de afbeelding zelfs de aandacht af van de geschreven tekst. Het allerbeste werken afbeeldingen die een samenvatting laten zien van kwantitatieve relaties zoals een grafiek of een map met informatie (voorbeeld). Afbeeldingen die veranderingen in de tijd laten zien werken ook goed, zoals een video van een vulkaanuitbarsting. Of afbeeldingen van ingewikkelde structuren of fenomenen zoals een tekening van een moleculaire structuur.

Het Spatial Contiguity principe: verbanden

Dit principe bestaat uit twee onderdelen. Als eerste: zorg ervoor dat geschreven tekst en een bijbehorende afbeelding bij elkaar staan. Bij online tekst moet je voorkomen dat een student moet scrollen om een bijbehorende afbeelding te zien. Zoeken naar een afbeelding die bij de tekst hoort, heeft tot gevolg dat een lerende bijvoorbeeld voortijdig het zoeken opgeeft en dus informatie mist, of de afbeelding wel vindt maar het moeilijk is om daarna de bijbehorende uitleg (weer) te vinden. Figuur 4 laat het verschil zien (d.m.v. eye-tracking) tussen niet geïntegreerd (links) en wel geïntegreerde tekst en afbeeldingen.

Contiguity principe

Figuur 4 Verschil in integratie. Herdrukt van “Reading Information Graphics: The Role of Spatial Contiguity and Dual Teentional Guidance”, door J. Holsanova, N. Holmberg en K. Holmqvist,, 2008, Applied Cognitive Psychology, 22, p. 5-6. Copyright 2008 by John Wiley.

Het tweede onderdeel is het synchroniseren van gesproken woorden met bijbehorende afbeeldingen. Als je gebruikt maakt van een video of een kennisclip, neem dan afbeeldingen op óf in de video, of plaats de afbeelding(en) direct naast de video.

In het tweede blog komen het Modality (gesproken tekst), Redundancy (overbodigheid) en Coherence (extra materiaal hindert leren) principes aan bod. In het derde blog staan Personalization (personalisatie), Segmenting (segmenteren) en Pretraining (voorkennis) uitgewerkt.

Referenties

Uitleg over de theorie en een weblecture van Richard Mayer vind je hier.

Clark, R.C., & Mayer, R. E. (2016). E-Learning and the Science of Instruction. Proven guidelines for Consumers and Designers of Multimedia Learning (4rd edition). San Francisco, CA: John Wiley.

Holsanova, J., Holmberg, N., & Holmqvist, K. (2008). Reading Information Graphics: The Role of Spatial Contiguity and Dual Attention Guidance. Applied Cognitve Psychology, 22, 1-12.

Paivio, A. (1991). Dual Coding Theory: Retrospect and Current Status. Canadian Journal of Psychology, 45(3), 255-287.

Sweller, J. (2010). Element Interactivity and Intrinsic, Extraneous, and Germane Cognitive Load. Educational Psychology Review, 22, 123-138.

Dit blog is eerder gepubliceerd op de website van het voormalige lectoraat Technologie-Ondersteund Leren van Zuyd. 

6 reacties op “Multimedia principes -deel 1-”

  1. Wilfred Rubens schreef:

    De collega’s van Saxion heeft een goed stappenplan ontwikkeld voor het maken van kennisclips. Zij besteden daarbij onder meer aandacht aan de multimedia-principes van Richard Mayer: http://www.rbbh.nl/kennisclip/
    Of zie de video van Don Zuiderman: https://youtu.be/0HvI0x9-0qE

  2. Judith van Hooijdonk schreef:

    Dank voor de aanvulling Wilfred. Ik ken deze bronnen. Heb daar ook een bericht overgeschreven op de vernieuwde dingen-website. Zodra deze beschikbaar is, wordt deze hier gekoppeld 🙂

  3. Chris Kockelkoren schreef:

    Mooi verhaal. Goed bruikbaar. Alleen in die principes zitten enkele dingen waar ik nog meer van wil weten of misschien niet goed begrijp.

    Regel 8. Animaties zouden slechter zijn dan plaatjes met vertellen, of begrijp ik deze verkeerd? Ik ben ervan overtuigd dat animaties – en dan bedoel ik niet leuk de teksten op het scherm neerzetten, maar bewegingen die de uitleg ondersteunen – wel degelijk kunnen ondersteunen bij het leren.

    Regel 9. Volgens deze regel zouden we dus de PowerPoints bij Zuyd Professional moeten voorzien van gesproken teksten.

    Regel 10. Dit is dus het omgekeerde van de lessheets, waar je zo min mogelijk woorden wilt tonen. Ik heb daar bij AD-lessen van ICT al onbewust van deze principes op geanticipeerd. Ik heb namelijk de teksten van de docent als tekstballonnen laten opkomen. Inspreken is daarna ook niet meer moeilijk, kwestie van die teksten in laten spreken en klaar is kees.

    Regel 12. Deze vind ik leuk. Het zal waar zijn, maar een leerling zei ooit tegen me, meneer ik vind het prettiger als ik ook de spreker zie. Maar ja, uit onderzoek blijkt dat leuker niet beter is… Maar toch zet ik altijd even mijn kop even in het begin in beeld of als ik de student persoonlijk wil aanspreken. Dit blijkt ook goed te werken volgens de instructeur van Zuyd over het ontwikkelen van kennisclips.

    • Didi Joppe schreef:

      Dag Chris,
      dank voor je reactie en je vragen!
      Ik houd even jouw volgorde aan, regel 8 van het eerste principe: animaties vallen bij Mayer inderdaad onder de afbeeldingen en meestal bevatten die zowel tekst (visueel en/of auditief) en beeld (visueel). Dat is een prima combinatie. Wel moet je opletten dat een animatie vaak veel geschreven én gesproken tekst bevat én bewegend beeld. Dit doet een groot beroep op het werkgeheugen van een lerende, dan moet hij zowel luisteren naar de gesproken tekst, de geschreven tekst lezen en die twee ook combineren en integreren met kijken naar het bewegend beeld. Hierdoor kan mogelijk cognitive overload ontstaan.
      Regel 9: als je een PowerPoint in een f2f bijeenkomst gebruikt dan voorzie je die al van gesproken tekst uiteraard. Dan geldt de regel dat afbeelding en gesproken tekst overeenkomen. Als je de PP opneemt in een digitale leeromgeving, zou je idealiter gesproken tekst moeten toevoegen. En dat sluit inderdaad aan op je reactie over regel 10. Tekst in tekstballonnen opnemen en deze inspreken is juist heel duidelijk voor een lerende. Regel 12, lijkt mij een goed plan om even jezelf te laten zien in het begin van een kennisclip of kort ergens tussendoor. Dat maakt het persoonlijker. Het ‘hoofd’ van een docent is te kenmerken volgens Mayer als een afbeelding, en aangezien het ‘hoofd’ als afbeelding overeenkomt met de (gesproken) tekst, voldoet het aan het multimedia principe.

  4. Marion Möller schreef:

    Heel nuttige informatie bij het ontwerpen van modules met het gedachte de informatie/leeractiviteit steeds meer blended aan te bieden. Zal het gaan toepassen en wacht op vervolg.

    • Didi Joppe schreef:

      Dag Marion,
      Dank voor je reactie, mooi dat het je uitdaagt om de principes toe te gaan passen. Inmiddels is een tweede en derde blog verschenen. In het eerste blogbericht staat inmiddels onderaan een link naar het tweede blog.
      Veel succes!
      Groet, Didi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.